The Harmonica Music Factory

Home Products About Us Gallery Contact Us

Nico van Grevenbroek, geboren 27-02-1945

Hij begon met mondharmonicaspelen op 9-jarige leeftijd bij een familievakantie in de zomer van 1954. In het voor Rotterdammers zeer bekende Oostvoorne, leerde neef Aad de Haan (10 jaar ouder) hem voor het eerst op de chromatische mondharmonica de toonladder in C spelen. Voordat hij naar mondharmonicales ging op de muziekschool van het Hotcha trio in de Schermlaan in Rotterdam, kon hij reeds de toen bekende tune "Jingle Bells" op de mondharmonica spelen.

Omdat er in die tijd in gezinnen niet veel geld ter beschikking was, gebruikte hij een oude mondharmonica van neef Aad bij het volgen van de lessen. Hij hield het ongeveer 2  1/2 jaar uit op de Hotcha's school en stopte toen hij van de lagere school naar het vervolgonderwijs ging. Hij heeft nooit erg van een school gehouden. Voordat hij naar les ging, speelde hij gauw even zijn lessen door en dan moest het goed zitten. Eigenlijk niet helemaal de juiste manier. Hij speelde ook in het kinderorkest van de Hotcha's en volgens Geert van Driesten, de bassist van het beroemde Hotcha Trio kwam hij later wel in het A-orkest. In die tijd was er een A- en B-orkest voor senioren. Was toen natuurlijk wel iets om trots op te zijn.   

In de latere periode verflauwde de belangstelling voor de mondharmonica enigszins, zeker het zelf spelen. Hij had toen meer belangstelling voor de popmuziek van The Everly Bros., Cliff  Richard en Elvis Presley en omstreken. Op de taperecorder van neef Aad had hij ook eens op een band zijn favoriete popmuziek opgenomen. Dat bleek achteraf niet zo'n gouden greep. Toen neef Aad  op zoek ging naar de opnames van zijn mond­harmonicatrio met o.a. solist Nan Broersma, vond hij alleen nog de stampende muziek van Nico's favorieten. Op zijn zachtst gezegd, was hij daar niet zo blij mee. En als nu vroeger ter sprake komt en dat gebeurt nog al eens bij mondharmonicaspelers, dan krijgt Nico dat verwijt uiteraard  weer om zijn oren. Het enige voordeel voor neef Aad is, dat hij altijd kan blijven volhouden, dat het fantastische opnames waren (en dat doet hij ook). Het tegendeel kan toch niet meer bewezen worden.

 Family Trio

In de loop der jaren haalde neef Aad Nico een aantal keren over om de mondharmonica weer ter hand te nemen, soms om bas te spelen en dan weer melodie. Als neef Aad niet had volgehouden, had Nico zeer waarschijnlijk heden ten dagen geen mondharmonica gespeeld. Misschien had hij dan wel een echt instrument gespeeld (geintje).

Maar het wilde toch niet vlotten. Pas in 1970 werd er echt doorgezet. Het Family Trio was geboren, met Nico als melodiespeler, neef Aad op de bas en vader Toon op de vineta (akkoorden). In 1974 begonnen zij met optreden, hoofdzakelijk in bejaardenhuizen, toen nog wel bezet door kwieke oudjes, wat wel zo gezellig was. In die tijd gingen veel mensen na hun 65ste in zo'n tehuis, vooral als ze alleen waren. Dat is nu niet meer, nu moet je hulpbehoe­vend zijn, anders is er geen plaats. Daarnaast hadden ze ook andere optredens bv. In de (Kleine) Doelen voor schipperskinderen en ouders of voor bedrijfsfeesten, bv. voor een bank in Pallace. Jaarlijks moesten ze toch zo’n 20 keer de deur uit voor een optreden.